Oefeningen selecteren en een lesplan maken

Je hebt nu heel wat mogelijke activiteiten gevonden, maar wat kies je?
Niet gemakkelijk, want meestal heb je te veel ideeën. Een paar principes om een goede keuze te maken:

Wat kies je?

  • Er moet altijd iets vormgevend in je les zitten, d.w.z. dat de kinderen vormgeven
  • Doe de zaken die je echt ziet zitten. Die je zelf heel leuk vindt.
  • Probeer ook elke keer iets nieuws, iets waarvan je zelf niet weet of het gaat lukken of niet. Dat mag iets klein zijn. Zeg desnoods aan de kinderen dat je eens iets nieuws wil proberen.
  • Je moet in je voorbereiding ook een of enkele oefeningen extra opnemen. Op het moment zelf tijdens de realisatie kan je dan beslissen wat je zal doen. Bvb: hebben de kinderen op dat ogenblik meer nood aan beweging, of is het beter ze een opdracht in groepjes te geven? Is het misschien beter het zingen even te laten rusten en iets anders te doen? Natuurlijk moet er een basispakket zijn dat je zeker moet doen om je einddoel(en) te realiseren.
  • Kies voor afwisseling in muzikaal gedrag en een hoge graad van activiteit.
  • Denk aan de haalbaarheid bij de organisatie en materiaal, maar ga eventuele moeilijkheden ook niet te snel uit de weg.

Hoe kies je?

  • Op je papieren trek je een aantal kringen rond de oefeningen die je goed vindt voor de les.
  • Deze geef je een nummer. Welke oefeningen komen eerst, welke daarna…
  • De oefeningen die je als extra voorziet geef je en ‘bis’-nummer. Daarmee geef je aan wanneer die oefeningen kunnen voorzien worden. Of je die dan doet wordt tijdens de realisatie beslist. Je geeft ze in de voorbereiding aan als facultatief.
  • Eigenlijk heb je op dat moment je lesplan klaar.