Hieronder volgen enkele opmerkingen per onderdeel van de lesvoorbereiding.

De voorpagina

- Je leergebied is: “Muzische vorming, muziek” of “Muzische vorming, beeld, taal en muziek”, ….
- Je onderwerp is : “Zingen van het lied …… en instrumentaal begeleiden” (ook vermelden wat er gedaan wordt) De bedoeling is dat je aan de hand van het onderwerp bvb na twee jaar nog steeds weet wat er in de les gebeurt. Het onderwerp is in vele scholen wat in je agenda komt. Een onderwerp is geen titel maar zegt waarover de les gaat.
- Bij situering leerplan kan je gebruik maken van de doelenroosters op de site (Planning > leerplannen > onderaan). Er zijn doelenroosters voor elk onderwijsnet. De afspraken zijn de volgende : ofwel voeg je de doelenroosters bij je les bij en vul je deze in – bij situering leerplan schrijf je dan “zie bijlage”- , ofwel schrijf je de belangrijkste leerplandoelen over op je voorbereiding. Op de pagina van de planning vind je bij Kopiëren en Plakken de leerplandoelen van de drie onderwijsnetten.
- Bij beginsituatie op onderwijsniveau schrijf je bv : of de kinderen het liedje al kennen, of ze i.v.m. het thema al aan de slag zijn geweest, of ze een bepaalde manier van werken al gewoon zijn, of ze bepaalde symbolen (bv notenschrift of andere noteringen) al kennen, ………..
- Bij beginsituatie op ervaringsniveau moet je ook dingen neerschrijven i.v.m. het thema. Dan weet je meteen op welke wijze en in welke mate je kan aansturen op inleving in dat thema.
- De doelen van de les schrijf je neer in chronologische volgorde.
- Elk leerdoel bevat een leerinhoud en een leergedrag. Beide kan je dan uitleggen in de inhoudkolom. (het wat?, het hoe? en wanneer is het goed gedaan?)
- Leerdoelen met concrete werkwoorden formuleren. Die werkwoorden moeten een waarneembaar gedrag vertegenwoordigen
- Voor doelen i.v.m. attituden kan je de buitenste kring van het didactisch model (muziek) gebruiken.
- De échte bron vermelden : liedjes komen uit handboeken of liedbundels; niet uit de cursus. Van de liedjes die op de site (en dus ook in de bundel) staan kan je op de eerste 10 pagina’s van de bundel de bron van het liedje te weten komen.
- Bij elke les die je afgeeft hoort procesevaluatie. Daarin schrijf je neer hoe de leerprocessen van de kinderen zijn verlopen. Als ik weet hoe een les verlopen is, kan ik tips te geven voor een volgende keer. Zeker de zaken die minder goed liepen zijn interessant. Maak je procesevaluatie ook toekomstgericht : hoe kan het nu verder na deze les, wat zou een volgende les kunnen zijn, welke paralleloefening kan ik geven, hoe kunnen de kinderen het geleerde toepassen in iets anders, …? Op die manier worden leerroutes uitgestippeld in muzische vorming.


Het algemeen opzet van de les

- Het liedje is te moeilijk/te gemakkelijk voor die bepaalde klas.
- Dankjewel voor het zoek- en denkwerk, ........en het bewandelen van minder gekende paden. Op die manier leer je bij.
- Het opzet van je les is zodanig dat je de kinderen samen iets kan laten opbouwen. Dit geeft ze het gevoel dat ze zelf in staat zijn tot ‘componeren’ in de breedste zin van het woord. Deze laatste zin is bijna letterlijk een van de eindtermen. Die we hoog in het vaandel dragen.
- Je voorziet te weinig verschillende muzikale activiteiten - zowel inhouden als vormen van muzikaal gedrag - voor een les van 25’/50’.
- Te weinig vanuit een thema gedacht, te weinig aangestuurd op beleving en expressie. Dat maakt het geheel niet echt sfeervol.
- Probeer lessen in handleidingen naar je hand te zetten. In het kader van een handleiding is deze les waarschijnlijk zeer zinvol omdat een eind verder een vervolg komt. In een stage is dat niet het geval. Een stageles moet met andere woorden een op zichzelf staand zinvol geheel zijn.
- Let eens wat meer op de graad van activiteit bij alle kinderen. Als je kinderen iets één voor één iets laat doen, bvb bij een stemvormende of ritmische oefening, is de kans heel klein dat je je doelen realiseert. Als één kind iets moet voordoen, zorg er dan voor dat de anderen een andere opdracht hebben. Bv een luisteropdracht : ze mogen nadien zeggen wat ze ervan vonden, wat goed was, wat beter kon, iets tekenen, ………
- Als de inleiding van je les niet in het minst functioneert binnen het geheel van je les, doe ze dan niet, of hou ze zo kort mogelijk.
- Ik heb de indruk dat de kinderen vanaf het begin van de les reeds de tekst en de noten van het liedje hebben. Dat is echt verkeerd : op die manier gaat de aandacht van de lln te veel naar een papiertje en te weinig naar jou als leider van de zang
- Bij het aanbieden van het liedje niet alleen tekstinhoudelijke dingen doen : ook doe - opdrachten zijn nodig.
- Deze les bevat geen aanbiedings- en aanleerstrategie. Ik heb daar nochtans uitgebreid les over gegeven en het staat in de cursus.
- Tijdens het aanbieden met tekstinhoudelijke luisteropdrachten mogen de kinderen eigenlijk de tekst van het lied nog niet zien : dan lezen ze immers de antwoorden zo van het bord af.
- De tekst van een liedje voorlezen is meestal overbodig : beter is het lied gewoon onmiddellijk voorzingen. Dan maken de leerlingen onmiddellijk en integraal kennis met het lied. Hetzelfde geldt voor vocaliseren : gewoon met de woorden zingen is meestal gemakkelijker voor de kinderen omdat er dan meer “kapstokken” zijn.
- Waarom zoveel tijd steken in dat ritmisch zeggen? Voor moeilijke liederen of stukjes eruit kan dat wel eens nodig zijn maar over het algemeen is het beter het lied als een geheel te behandelen.
- Je kan niet zomaar elk liedje in een canon zingen. Dat gaat alleen maar met liedjes die daarvoor bestemd zijn. Meestal staat dat aangegeven door nummertjes boven de stemmen of andere tekens. Met dit lied kan het eigenlijk niet.
- Als je met instrumentjes werkt en met een thema zou je kunnen proberen die instrumenten een betekenis te geven : bv de stokjes is voor stijve mensen : ze lopen rond in zo’n chique regenjas en eventueel een wandelstok. Dan zingen we ook heel afgemeten en dunnetjes. Met de belletjes is het allemaal anders.... Enzovoort. Probeer meer sfeer te maken. Via je oefeningen in het thema kruipen...
- Als spelen op instrumenten nieuw is voor de lln, laat ze dan eerst wat experimenteren. Daarna doe je enkele spelletjes : ze zijn om te beginnen best leuk en ze helpen om de leiding van het gebeuren terug naar jou te trekken. bv : handen open/toe > luid/stil spelen. Een andere leuke manier is bv het liedje zelf zingen en de kinderen de tijden, hoofdtijden laten meetikken, klappen. Ondertussen deel je de instrumenten uit. Als iemand dan van jou een instrument krijgt, tikt hij/zij verder, maar nu wel met het instrumentje. Op het einde is iedereen bezig met zijn/haar stukje slagwerk en heeft iedereen het liedje al verschillende keren gehoord.

Leerinhouden

- Om te begrijpen wat moet je goed het didactisch model van muzikale opvoeding in je hoofd hebben: KVB-model. In de inhoudskolom hoort wat de kinderen muzikaal en muzisch leren. Welke klank-, vorm- en betekenisaspecten komen aan bod? Ook vormen van muzikaal gedrag kunnen inhoud zijn. Zingen hoort bvb bij 'muziek maken'. Maar hoe wil je dat het liedje gezongen wordt. Leg je de nadruk op de juistheid of eerder op een expressief stemgebruik? Hoe moet het liedje gezongen worden, zodanig dat het lied betekenis krijgt? Dit moet in de inhoudskolom. Hetzelfde kan gezegd over alle andere vormen van muzikaal gedrag (maken, beluisteren, bewegen, praten, lezen en noteren, bewegen) . Soms kan je een bepaalde attitude (buitenste kring) expliciet als leerinhoud hebben. Dan moet die in je inhoudskolom verduidelijkt worden.
- De eigenschappen van je startmateriaal zijn ‘inhoud’. Wat voor een liedje? Hoe moet het gezongen worden? Welke zijn de eigenschappen van de muziekfragmenten die je laat horen en waar de kidneren iets mee moeten doen?
- Een trucje om aan goede inhouden te komen is in de inhoudskolom het leerdoel te herhalen en erbij te schrijven : “dit doe je door” : (en dan de uitleg te geven). Ook een goeie is : “dit uit zich in …..”
Ook : “om…(leerdoel herhalen : bvb passende foto’s bij een geluidsfragment te plaatsen) …. moet je….”
- Horen ook nog in de inhoudskolom : Verwijzingen en toelichtingen bij het bordplan, bij lied- of oefenblaadjes, Uitleg bij allerlei symbolen, bewegingen. Als veel zal afhangen van de inbreng van de kinderen kan je toch nog altijd een aantal antwoorden neerschrijven, die je van de kinderen verwacht.
- Gewoon in je les schrijven dat op het einde het liedje met de instrumenten begeleid wordt, is niet genoeg. Wat moeten de kinderen spelen, hoe georganiseerd, enz.... Verwijs naar het bordplan, of schrijf een notenvoorbeeld ter illustratie.
- De noten van het liedje en de tekst ervan overschrijven in de inhoudskolom van je voorbereiding is overbodig. De eigenschappen van het liedje en gebruikte muziek kunnen wél inhoud zijn.
- Als je bepaalde ritmes wil laten natikken moet je die ook in notenschrift of desnoods in een voor jou herkenbare code in je inhoudskolom neerschrijven.

Bekijk dit goed in de voorbeeldlessen op de pagina van 1 BaLO

Technische aspecten

- Meer werken met je bordplan : in vele gevallen is een goed bordplan al meteen een goed lesplan. Zelfs als je het lied op een flap schrijft wil ik toch je bordplan in zijn eindvorm op je voorbereiding zien staan. Je hoeft helemaal niet het hele lied op het bord te schrijven : beter minder tekst en er allerlei aanduidingen bij voorzien. Je bordplan er als een partituur uitzien: hoe moet het lied, de tekst, … uitgevoerd worden ?
- Mooi en doelmatig liedblaadje - Rommelig liedblaadje.
- Onvolledig liedblaadje. De noten erbij geven : zoveel kinderen kunnen al wat muziek lezen, of hun vriendjes, ouders, ....
- Krijgen de kinderen geen schriftelijke neerslag van wat ze geleerd hebben ? Het kan toch niet dat de inhoud van jouw les later op geen enkele manier meer kan functioneren. Bv een blaadje met de klankvorm en de symbolen erop ? Als je dat niet doet zou ik wel haast gaan denken dat de kinderen deze symbolen nadien in andere lessen niet meer gebruiken. Dat kan toch je bedoeling niet zijn!
- Goed gebruik van allerlei prenten.