Drama

1 Improvisatie
Hoofddoel: Leren improviseren via verbalen en non-verbale spelvormen.
Stappen:
• Filmpje bekijken: http://www.youtube.com/watch?v=1z2SyZsUvLw&feature=related.
• Per twee elkaar spiegelen
• Oefening wachtkamer bij de dokter: ziektes overnemen
• Per twee vooraan een situatie komen spelen, “freeze”, 1 leerling gaat weg en er komt een andere leerling bij en deze mag de situatie helemaal veranderen.
Materiaal: doc doc doc

2 Jabbertalk
Hoofddoel: Aan de hand van onze intonatie, gebaren en mimiek uitleggen wat we willen zeggen.
Stappen:
• Leerkracht praat in jabbertalk
• Uitleggen wat jabbertalk is
• Bespreken op wat we allemaal moeten letten
• Per twee het woord ‘krilanko’ met een bepaald gevoel zeggen, de rest raad het gevoel
• In groepjes: 1 leerling vertelt een situatie in jabbertalk, de andere leerlingen raden de situatie.
Materiaal: doc doc doc doc

3 Modern sprookje
Hoofddoel: De leerlingen kunnen een verhaal als bron gebruiken bij het bedenken en spelen van een spel.
Stappen:
• De Moderne versie van ‘De wolf en de zeven geitjes’ voorlezen.
• De leerlingen worden in 5 groepen verdeeld, iedere groep kiest een sprookje
• Elk sprookje zal aangepast worden zoals in voorbeeld (gebruiken van wie, wat, waar, wanneer, begin en einde)
• Elk groepje speelt de nieuwe versie van een sprookje nadien volgt bij elke voorstelling een korte bespreking
Materiaal: pdf

4 Hoe red ik mij eruit?
Hoofddoel: De leerlingen kunnen vanuit een gegeven situatie een spel verder bedenken en spelen, en ze kunnen zich hierbij aan gemaakte afspraken houden.
Stappen:
• Leerkracht vertelt verhaaltje ‘Mijnheer Stram op visite’
• Gesprek over verhaal: -Wat zou jij doen in die situatie?
• Leerkracht vertelt het verhaal verder en nadien vertellen leerlingen hun soortgelijke ervaringen
• Leerlingen krijgen in groep een opdrachtenkaartje met een beschrijving van een situatie en de leerlingen zoeken oplossingen
• De leerlingen oefenen op het presenteren van hun situatie en brengen het nadien naar voor
• Elke presentatie wordt besproken. Welke situaties zouden jullie het lastigste vinden?
Materiaal: pdf

5 Vertragen en versnellen
Hoofddoel: De lln kunnen in een pantomimische spel sneller en trager gaan bewegen. (versnellen en vertragen)
Stappen:
• De lln zijn verspreid over de zaal, op het signaal van de lkr beginnen ze door elkaar te lopen. Ze behouden hun tempo (niet versnellen of vertragen). Ze moeten zich zo wenden en keren dat ze niet botsen.
• De lln blijven door elkaar wandelen maar nu geeft de lkr opdrachten.
Loop door de kamer zodat niemand je hoort.
Beweeg je zwaar en loog
Beweeg je zo stijf als een plank
Beweeg je met knikkende knieën
...
(voor elke opdracht voldoende tijd voorzien, vraag aan de lln de bewegingen extra te vergroten)
• tempo veranderingen (lln blijven door elkaar lopen)
Op het teken van de lkr van tempo veranderen.
Slow – motion (eerst bespreken wat slow – motion is)
Versnellen (steeds sneller, maar niet lopen!)
Ook enkele handelingen versnellen of vertragen. Bv. Thee drinken, afscheid nemen, ...
• Lln in groepen, iedere groep krijgt een kaartje met daarop een gebeurtenis die ze in pantomime moeten uitbeelden. Eerst in slow – motion, dan gewoon tempo en dan versneld.
Ze bedenken samen en situatie en beelden die uit. Andere groepen kijken.
Vb. Een inbraak, een hardloopwedstrijd, ...
• Nabespreking: met de kinderen de voordrachten bespreken, niet enkel over de gebeurtenis maar ook over hun gevoel
Materiaal: pdf pdf

6 Het probleem
Hoofddoel: De lln kunnen vanuit een gegeven probleemsituatie en een gegeven rol al spelend tot een oplossing komen.
Stappen:
• De lkr zit met de lln in een kring en vertelt hen dat ze een probleem heeft. Ze vraagt de lln om oplossingen en laat iedereen sugesties doen. Ze laat de kinderen de situaties ook spelen en speelt zelf mee.
• De lkr duid een lln aan en vertelt hem een probleem die ze uit de lijst kiest, de lln mogen ook zelf problemen aanbrengen.
De lkr geeft de lln ook een rol. Nadien mag de lln zelf enkele medespelers kiezen.
Als spelend gaan de lln opzoek naar de oplossing. Ze mogen ook het publiek betrekken.
• Telkens als er gespeeld is wordt er nadien besproken.
• Als afsluiter geeft de lkr de lln een fantastisch probleem en is het aan de lln om hier een fantastische oplossing voor te zoeken. We proberen om zo tot een 10-tal oplossingen te komen. Het is de bedoeling om het creatief denken te stimuleren.
Materiaal: pdf

7 Spelen met associaties
Hoofddoel: De leerlingen kunnen vanuit een gegeven zin een spel improviseren.
Stappen:
• In kring: associatieronde ivm voorwerp uit de klas, nadien met andere woorden
• Tempo opdrijven
• Leerkracht zegt woord, duidt leerling aan, deze zegt één à twee woorden die in hem opkomen
• Leerlingen schrijven, beelden uit of vertellen bij een zin
• Bespreking van wat de leerlingen zagen
Materiaal: pdf

8 Tableau aanvullen
Hoofddoel: De leerlingen kunnen bij een tableau initiatieven nemen en inspelen op de initiatieven van anderen.
Stappen:
• Leerlingen vormen twee rijen
• Ze bekijken elkaar aandachtig
• Rij 1 draait zich om, rij 2 verandert iets van zijn kleding
• Rij 1 zoekt de verandering
• Rollen wisselen
• Groepjes van +- 6 leerlingen
• Per groep tekening: zonder voorbereidingstijd deze tekening nabootsen (1 kind is regisseur)
• Zelf situatie bedenken en omzetten tot tableau
• Groepstableau + bespreking
Materiaal: pdf

9 Spreekwoorden
Hoofddoel: De lln. kunnen een stukje toneel maken waarbij ze de figuurlijke betekenis van een spreekwoord duidelijk weergeven.
Stappen:
• Lkr. en lln. zoeken zoveel mogelijk spreekwoorden.
• Spreekwoorden bespreken en verduidelijken. Figuurlijke betekenis duidelijk achterhalen.
• Lln. zitten in groepjes van 4.
• Groepjes kiezen 1 spreekwoord van op het bord. Ze bedenken er een verhaal bij waarbij de figuurlijke betekenis duidelijk wordt.
• Groepjes presenteren om de beurt hun stukje.
• Stukje worden besproken: Dekt de inhoud van het spel de lading van het spreekwoord? Zo niet, hoe had het dan anders gekund? Hoe zijn ze op het verhaal gekomen?
Materiaal: pdf

10 Kleding en attributen
Hoofddoel: De lln. kunnen vanuit een gesprek en het uitbeelden met kledingstukken en attributen, een stukje in elkaar steken waarbij de kledingstukken een duidelijke rol spelen.
Stappen:
• Lln. zitten in een kring. In het midden liggen 3 kledingsstukken of attributen.
• Lln. geven een blokje door op muziek. Als deze stopt, moet de lln. die het blokje vastheeft een kledingsstuk of attribuut uit het midden nemen en daarmee iets utibeelden. Anderen raden wat er is uitgebeeld.
• Lln. zitten in groepjes van 4.
• Groepjes moeten een situatie bedenken waarbij je aan de kleding kan zien wat voor situatie het is.
• Lln. zoeken kledij en attributen voor hun stukje.
• Groepjes presenteren om de beurt hun stukje.
• Presentaties en gebruikte voorwerpen worden besproken. Waarom was het voorwerp/kledingstuk geschikt? ...
Materiaal: pdf

Leerplandoelen drama: doc
Jaarplanning:
doc