1. Ik en jij
Een toon, korte muzikale zin overnemen met aandacht voor de stemplaatsing en verantwoord stemgebruik.
Inleiding
• Leer de lln het eerste zinnetje van de tekst. Inoefenen via spel. Iedereen zit in een kring, een lln begint met rijmpje op te zeggen. Lkr duidt op elke stip een lln aan. Hij telt af. Lln die getikt zijn zetten stap achteruit. Daarna spelen in kleinere kringetjes.
Midden
• Lkr zingt melodie van liedje aantal keer voor. Lln zingen mee, hierna terug spelletje in de kring. Extra: naam van de lln zeggen waar je eindigt, zo leren de lln elkaars namen.
• Zingen in de grote kring, maar de lln niet meer aanduiden maar meetellen met hand.
• Nieuw zinnetje aanleren, lln doen bewegingen mee (door de klas stappen), twee zinnetjes achter elkaar. Aftellen met hand daarna door klas stappen. Dit in kleinere kringetjes oefenen.
Slot
• Liedje nog eens met hele klas zingen.
Materiaal: mp3 mp3 pdf
Ritmestokjes

2. Is de zee woest of kalm?
Muziek koppelen aan bewegingen, sfeer. De lln luisteren naar omgevingsgeluiden en stemmen daar hun bewegingen op af.
Inleiding
• Kringgesprek met de lln over de golven van zee. Hoe doe je die na met je lichaam?
• In een kring oefen je samen dansbewegingen die de golven van de zee nabootsen met verschillende lichaamsdelen. Bijvoorbeeld: handen, benen, voeten,..
Midden
Improvisatieoefening
• De lln maken improvisatiebewegingen op de muziek. Dit bij 3 verschillende stukken: 1. Een kalme zee, 2. Een woeste zee, 3. Zinken naar de diepte.
• Telkens worden er andere bewegingen gemaakt naar de aard van de muziek. Opdracht wordt besproken.
Slot
• Als slot liggen de kinderen op de grond, ze horen nu een muziekstuk waar verschillende dansbewegingen bij mogelijk zijn. De kinderen komen recht tijdens het muziek stukken en langzaam zaken ze naar de diepte van de zee, ze gaan dus terug liggen.
• Kort bespreken.
Materiaal: mp3 mp3 mp3 mp3 mp3 pdf

3. Sfeer en Muziek
De lln testen instrumenten uit op hun klankwaarde en experimenteren hoe ze met een instrument een bepaalde sfeer kunnen uitdrukken.
Inleiding
• Bewegingsspel 1: Lkr vertelt dat de lln door de goed-gevoel-straat lopen. Lkr laat een stukje vrolijke muziek horen en vraagt: ‘Hoe zouden de mensen in die straat lopen?’ Wanneer de muziek stopt, beelden ze allen uit waar ze goed in zijn.
Midden
• Bewegingsspel 2: Lkr ‘plots verandert er iets in de straat’. Lkr laat een stukje dramatische, donkere muziek horen en vraagt: ‘Wat zou er gebeurd kunnen zijn in de straat?’ ‘Zouden jullie op dezelfde manier door de straat lopen als daarjuist?’ Lln proberen uit.
• Bewegingsspel 3: Lkr kiest nu een stuk muziek waarbij rustige en onrustige passages elkaar afwisselen. Ze passen hun wandelstijl aan aan de veranderingen in de muziek.
• Instrumenten gebruiken: Lln zitten in een kring rond de lkr. Elke ll krijgt nu een instrument. Daar mogen ze eerst vrij mee spelen. Daarna proberen met de instrumenten de eerste sfeer na te doen. Lkr doet met haar instrument een vrolijke improvisatie, de lln springen in. Hetzelfde wordt gedaan met de triestige sfeer. Bij elke sfeer vraagt Lkr waarom deze nu vrolijk/triest klinkt. Lkr speelt samen met de lln een bepaalde sfeer, ze verandert zonder aankondigen van sfeer, de lln moeten volgen.
Slot
• De klas wordt verdeeld in 2 delen. De ene helft triest, de andere vrolijk. Ze mogen nu zelf iets componeren voor hun sfeer.
• Een manier van bewegen koppelen aan het gevoel dat ze bij muziek krijgen.
• Samenwerken om tot één muzikaal geheel te komen.
Materiaal: doc
Instrumenten, Cd’s : Your classical favourites: music for the millions en Vivaldi: The Four Seasons (of cd’s met vrolijke en donkere muziek)

4.Zachtjes lopen (Moet je doen, 1ste lj, les 13)
Luisteren naar harde en zachte omgevingsgeluiden. Hard en zacht zingen en noteren. Hard en zacht spelen op de instrumenten. Een eigen muziekstuk maken.
Inleiding
• 30” luisteren naar omgevingsgeluiden
• Geluiden nabootsen: 8 opgenoemde geluiden nabootsen, met trefwoord/schets noteren, nog eens nabootsen, willekeurig aanduiden
Midden
• Voorzingen met geluiden: lied ‘Wat een herrie’ (cd of zingen):
• 8 lln maken tijdens lied (met handgebaar duidelijk maken) een van de 8 geluiden enkele keren herhalen + met instrumenten
• Zingen: 1) spreektekst 2) regels voorzeggen/herhalen 3) aanleren
Hard en zacht in het lied: praten (wanneer?, Welke zelfgemaakte geluiden zijn hard/zacht?), samen zingen met harde en zachte geluiden op instrumenten erbij, noteren hard/zacht
• Noteren: variaties hard/zacht noteren en spelen
Slot
• Uitbeelden van lied ‘Wat een herrie’ in 2 groepen (zacht/hard)
• Verdieping: eigen stuk met hard en zacht maken – in duo laten horen
Materiaal: mp3 pdf
Diverse instrumenten

5. Gezellig luisteren naar muziek
Open staan voor de muzikale uitdrukking van anderen en voor muziek uit andere culturen.
Inleiding
• Na het beluisteren van een introductie liedje wordt de mening van de lln gevraagd. Daarna wordt er hen gezegd hoe ze moeten luisteren.
Midden
• Stap 1: Het 1ste lied wordt gespeeld, een lied van bij ons, de lln mogen nadien reageren.
• Stap 2: Een tweede lied (Servische kinderdans) wordt beluisterd en besproken. Er wordt de lln echt naar de verschillen gevraagd.
• Stap 3: Na het beluisteren van het derde liedje (moderne Afrikaanse song) wordt er gevraagd bij het herbeluisteren op details te letten (welk woord komt steeds terug).
• Stap 4: Het vierde lied (filmmuziek Disney) lokt een andere reactie uit. Er wordt gevraagd de elementen te zoeken die het liedje grappig maken.
Slot
• Als afsluiting word de les overlopen en het leukste liedje nog eens opgezet.
Materiaal: mp3 mp3 mp3 mp3 pdf

6. De regen
Een eenvoudig ritme herkennen, uitvoeren en grafisch noteren.
Inleiding
• Lied beluisteren en regenmuziek maken door te tikken met de nagels op stoel, bank, grond. - - De tekst samen met de lln zeggen en ondertussen tikken de lln op de muziek.
Midden
• Stap 1: zingen. Lkr zingt het lied en de lln voeren ondertussen activiteiten uit, na verloop van tijd zingen de kinderen mee.
• Stap 2: ritmespel. Lkr spreekt het ritmefragment duidelijk uit, de lln spreken na als echo. Daarna wordt het spreken vervangen door: fluisteren, klappen, tikken met ritmestokjes,…
• Stap 3: notatie. Lkr noteert het ritme grafisch op het bord. Tijdens het ritmisch spreken duid ze de tekens aan. De lln moeten dit vervolgens ook doen.
• Stap 4 : regentekening. De lln maken zelf een regentekening/ritmetekening. Hun buur moet dit dan proberen spelen en wijzen bij elkaar aan wat ze horen.
• Stap 5: lied begeleiden. Lkr zingt het lied en de lln begeleiden op het ritme met muziekinstrumenten.
Slot
• Het ritme van het beginliedje wordt in echo nagetikt.
Materiaal: mp3 mp3 mp3 mp3 pdf doc
Ritmestokjes - bekken - schellenraam

7. Syncopated clock
Tempo ervaren en uitvoeren, vorm in de muziek ontdekken beleven en uittekenen, fantasie ontwikkelen: luisteren naar het muzikaal verhaal van de klok en vertellen,
meespelen en mee bewegen met de muziek, verschillende klankkleuren ontdekken, klankeigenschappen beluisteren en verwoorden, muzikaal geheugen ontwikkelen
Inleiding
• In een kring luisteren we naar het getik van één of verschillende wekkers. Lln onthouden het geluid van de wekker en bootsen het daarna na. Ze gebruiken hierbij hun stem, tong,..
• Ze verzinnen zelf een wekkergeluid.
Midden
• Elke ll onthoudt van een wekker het getik. Lkr gaat rond om elke nabootsing te beluisteren en laat ze dan allemaal samen ‘tikken’. Hierna volgt er een kort leergesprek.
• Bespreken van elke wekker en hun eigenschappen. Er wordt besproken of het getik laag of hoog is. Het tempo, klanksterkte, droog of galmend,… De kinderen bewegen op het ritme. Sommige lln zullen dit al doen wanneer ze nog maar een klok horen.
• Lkr leest verhaal voor en lln luisteren en vertellen wat ze hebben gehoord.
• Lln luisteren naar het hele muziekstuk en geven hun muzikale indrukken.
• Lln tikken mee op het tempo van het lied.
Slot
• Dirigeerspel – ll wordt dirigent.
Materiaal: mp3 pdf pdf
Tikkende wekkers - metronoom (of iets dat het tik-geluid maakt) - ritmestokjes - houtblok

8. Spoken aan de lijn
Muzische expressiemogelijkheden exploreren en ermee experimenteren. Aandacht schenken aan een goede stemplaatsing en resonantie, klankverschillen en muzikale tegenstellingen via beweging herkennen en ervaren, de eigen bewegingen afstemmen op een klank of muziek, de eenvoudige melodiepatronen herkennen en vergelijken (melodielijnen, hoog en laag zingen en bewegen)
Inleiding
• Gesprek over hoe spoken bewegen.
• Daarna zoemen de lln en doen met de handen mee met een melodielijn.
• Vervolgens tekenen zij er zelf één. Elke ll krijgt een laken waarmee ze kunnen bewegen.
Midden
• Stap 1: opwarming. Rondlopen hoog, gewoon en laag.
• Stap 2: ronddwalen. Vervolgens doen de lln hetzelfde maar dit via de muziek.
• Stap 3: hoog en laag zingen. Lied wordt beluisterd. Lln volgend de melodie met hun handen. Daarna wordt het lied aangeleerd en bewogen op de melodie.
• Stap 4: hoog en laag bewegen d.m.v. de melodielijnen.
• Stap 5: tekenen. De lln tekenen melodielijnen die een andere ll moet uitvoeren.
Slot
• Ten slotte kiezen ze in groepjes van drie een lijn uit die ze samen dansen.
Materiaal: mp3 mp3 mp3 mp3 doc doc pdf
Lakens en doeken


9. Heks Karoetsie
Lied leren zingen. Eenvoudige woordritmen op instrumenten spelen en daarmee een lied begeleiden.
Inleiding
• Gesprek: wat is Halloween, wat doen/gebruiken mensen? Eigen ervaring?
Midden
• Luisteren: Lkr zingt het lied een paar keer voor.
• Zingen: Lkr brengt het liedje stap voor stap aan . Wanneer de lln het lied goed kennen worden er varianten gezocht en gebruikt: heel stil, luid, griezelig, … zingen.
• Stokjes gebruiken: 1 x meetikken op “oki doki poki poetsie”, daarna ook bij “krijkel dijkel dokel doets” en vervolgens meetikken met het hele liedje (Lkr zet kruisjes op het bord). Uiteindelijk wordt zingen en tikken gecombineerd in de 1e zin en vervolgens ook bij “krijkel dijkel dokel doets”.
• Muziekinstrumenten gebruiken: klas wordt in 4 groepen opgedeeld: schudders, kroonkurken, trommels, belletjes, … Elke zin krijgt een muziekinstrument toegekend dewelke de lln onthouden; lln maken muziek op het ritme van het liedje.
Slot
• Reflectie: Nabespreking.
Materiaal: mp3 mp3 doc doc
Ritmestokjes - muziekinstrumenten

10. Sint en piet op het dak
Nabootsen (met xylofoon of bewegingen) van omhoog (hoog)en naar beneden (laag) klimmen op het dak. Genoteerde stijgende en dalende melodische lijnen verklanken en herkennen in een luistervoorbeeld. Lied zingen en melodiekaarten in juiste volgorde leggen.
Inleiding
• Tekst ‘Piet op het dak’ lezen: beweging hoog laag uitbeelden + geluid maken
Midden
• Spelen en bewegen (hoog laag, val): met xylofoon of klimmen of met de vinger
• Spelen en noteren (hoog laag, val): Huis met trapgevel op bord, Lln op xylofoon, ander lln volgen op de tekening.
Zingen: 4 kaarten op bordrand = regels van het lied ‘Sinterklaas komt aangereden’, regels aanduiden, nadien zonder aanduiden
• Spelen met deze kaarten
regel zingen, lln raden juiste kaartje
kaarten in willekeurige volgorde, lkr zingt juiste lied, lln zoeken juiste volgorde kaarten
laatste kaart weg, lln juiste huis tekenen
Slot
• tekening ‘stap roetsj boem’ op bord: lln wijzen aan, spelen met xylofoon, beelden val uit + spreektekst op begeleiding uitvoeren
• Verdieping: eigen dakroute ontwerpen + spelen
Materiaal: mp3 pdf pdf Xylofoon

11. Muzikale sterren
Op je fantasie en zelfstandigheid een beroep doen. Zelf iets bedenken bij een muzikale opdracht, dat leidt tot een muzikaal resultaat. Via het expressiespel leren vertrouwen op hun eigen creativiteit.
Ontdekken dat het samenwerken in een groep meer mogelijkheden biedt dan het alleen uitwerken van een opdracht.
Inleiding
• Luisteren: Lkr vertelt verhaal van vallende sterren. Sterren helpen, opdracht goed uitvoeren => ster terug naar de hemel
Midden
• Instructie: Vallende sterren liggen verspreid op de grond. Hebben nummer erop: 1, 2 of 3. Nr. 1 staat voor een gemakkelijke opdracht, nr. 2 voor een iets moeilijkere en nr. 3 staat voor de moeilijke opdracht. Elk om de beurt neemt een ll een ster (de lln mogen zelf kiezen welke nummer ze nemen).
• Opdrachten 1: doe een uil na, klak 3x met je tong, dans 1x om je stoel, maak het geluid van een vis, fluit als een kanarie, zing een toon van hoog naar laag.
• Opdrachten 2: klap kortjakje in je handen, zing je allerhoogste toon, zing je allerlaagste toon, doe een vogel na op een muziekinstrument, teken een muziekinstrument, marcheer als een soldaat de klas op en neer.
• Opdrachten 3: knip een ritme op je vingers, zing een liedje naar eigen keuze, speel een mars op een trommel, dans op één been rond een tafel, zoek een geluid.
Slot
• Alle sterren schitteren weer aan de hemel. Lln kijken naar de sterrenhemel en Lkr leest ondertussen een gedicht voor over de sterren.
Materiaal: doc doc
Muzikale sterren (papieren sterren met opdrachten op de achterzijde)
Zwart doek - Verschillende instrumenten - Cd met rustige muziek

12. Vuurwerk
Aan de hand van tekeningen van vuurwerk verschillende klanken bedenken. Hiermee ontwerpen ze een klankstukje.
Inleiding
• Gesprek: ‘Wat zie je op de tekeningen?’, ‘Wat is er te horen?’ (lln mogen verhalen vertellen)
Midden
• Lkr maakt een klankspelletje bij een verhaal en doet dit enkele keren na elkaar. Lln doen vanzelf mee. Spanning mag erbij m.b.v. drama en expressie.
• Vuurwerk klinkt niet altijd hetzelfde: samen klanken bedenken. Lln mogen daarna ook aan elkaar klanken laten horen.
• Lln tekenen op zwart papier een prachtige vuurpijl. Ondertussen bedenken ze welke klanken erbij horen.
Slot
• Tekeningen achter elkaar aan bord. Geluid maken van de tekening die aangewezen wordt (soms 2 keer na elkaar). We maken een klankspel met goed begin en einde. Ook eens stil maken: spannend! Of twee tekeningen tegelijk aanduiden.
Materiaal: doc pdf
muziekinstrumenten - zwart karton (of papier)

13. Verf, kleur en muziek
Beelden of symbolen van auditieve prikkels herkennen en noteren. Auditieve ervaringen beschrijven met een gepaste woordenschat (muziek horen: schilderen)
Inleiding
• De lln zitten rond tafels met een groot papier voor hun en verf. Ze luisteren naar muziek. Spreek luisterhouding af.
• Kort gesprek over wat we juist hebben gehoord. Er wordt gevraagd naar de instrumenten die ze hebben gehoord. Ze speelden samen maar ook apart, het vloeide in elkaar over.
Midden
• Kiezen van een kleur voor elk instrument. Elke ll kiest een instrument.
• We beluisteren de muziek nog een keer en geven die weer op het blad papier, dit enkel van het gekozen instrument (1 kleur). Dit door de muziek om te zetten in strepen en lijnen, kronkels, krullen, stippen, maar ook in lichte en donkere kleuren. Er kan worden gebruik gemaakt van penselen maar ook van sponsjes.
• Het resultaat wordt beschouwd. Het 2de muziekstuk wordt opgezet, deze muziek is helemaal anders.
Slot
• Terugblikken.
Materiaal: mp3 mp3 pdf
Groot vel papier - enkele bussen verf - Penselen in alle maten - spons - rolletjes

14. Carnaval Dzjing Boem
Lied aanleren.Eenvoudige woordritmen op instrumenten spelen en daarmee een lied begeleiden om tot een carnavalsoptocht te komen.
Inleiding
• Praten: Bij welk feest hoort deze muziek (nr. 37), carnaval: ‘Wat?’, ‘Wat doen mensen?’, ‘Dansmariekes?’ kleine carnavalsoptocht doen met lln en verkleden.
Midden
• Aanleren strofes lied: 1) tekeningen van KB op bord 2) zingen of laten horen op cd 3) vragen stellen: ‘Hoe gaat zangeres (eerst) verkleed?’ 4) Tijdens zingen tekeningen aanduiden 5) echoën tekstfragmenten sprekend/zingend 6) zingen alleen
• (Lkr zingt altijd refrein of laat het horen op cd)
• Spelen bij strofes: 1) elk kind een instrument of andere muziekmakers en groeperen 2) ritme imiteren 3) spreek tekstfragmenten: lln echoën sprekend, lln echoën sprekend en klappend het ritme, echoën ritme op instrument 4) bij het lied echoën met instrumenten zoals geleerd 5) variatie: elk tekstfragment steeds door ander instrument
• zingen en spelen bij het refrein: 1) oefen tekst refrein: regels één voor één 2) laatste fragment, dan refrein, daarna hele lied 3) hele lied met begeleiding instrumenten
TIP: zingen en spelen door twee aparte groepen
Slot
• Carnavalsoptocht: op lied (nr. 37) door de klas, meezingen, voorste doet bewegingen/anderen imiteren, orkest langs kant
• Variaties: op ‘Djing’ gaat voorste naar achteren, orkest loopt voorop, route ingewikkelder maken
• Verdieping: in groep andere woorden of zinnen maken voor strofe

Materiaal: mp3 pdf pdf
Diverse instrumenten - bekken en trom - verkleedkleren, lappen en attributen als schoenen en hoedjes

15. De straat
Verkeersgeluiden beluisteren, herkennen via kopieerblad (kort en lang in streepjesnotatie), eenvoudig ritme noteren en lezen, bewegingsspel op muziek
Inleiding
• Luisteren: straatgeluiden opsommen, luisteren nr. 31 + geluiden opsommen, bespreken verschillen in klank
• Vertellen: Bob met vrachtauto toetert ver van huis (beluisteren)
Midden
• Luisteren: ieder krijgt KB 7, juiste weg van vrachtauto tekenen door geluiden te beluisteren (nr. 33), opnieuw met andere kleur (nr. 34)
• Spelen: 1) verkeersgeluiden met instrumenten nabootsen 2) per groep een instrument + geluid, bij juiste geluidenkaartje in de lucht het juiste geluid spelen 3) meerdere keren, instrument doorgeven 4) spel: langer omhoog houden, meer kaarten tegelijk,… 5) kind dirigent
• Spreektekst: 1) toeter van Bob (nr. 35) 2) tekst voorlezen in toeterritme 3) oef. met lln: gewone toon, fluisteren, zacht, hardop,…
• Notatie: ritme met streepjes noteren, spreken en streepjes aanduiden
• Muziek van Bob beluisteren (nr.36) + mee spreken op deel 2 en 4
• Spelen: tekst spreken + enkele spelen ritme mee op instrument per deel
Slot
• Bewegen: 4 groepen = 4 vrachtwagens, elke vrachtwagen rijdt op een ander stuk van de tekst door lokaal
• Verdieping: eigen toeterritme maken + spelen, met elkaar verbinden, samen spelen
Materiaal: mp3 mp3 mp3 mp3 mp3 mp3 pdf pdf
Schellenraam - bekkens - trom - ritmestokjes - rasp - triangel - klankstaven - schudder

16. De kring rond
Een bewegingsspel uitvoeren waarbij ze lopen op de maat en reageren op de vorm van de muziek. Luisteren naar een Marokkaans danslied.
Inleiding
• Gesprek: gebruiksvoorwerpen andere culturen in ander land geweest?
• Luisteren: nr. 51 lied uit Marokko over wat je met je handen kan doen
Midden
• Meeklappen: 1) nr. 52, lln met trom meeklappen 2) enkel lln klappen 3) hoor je wijzigingen in tromritme (inleiding-A-B-C) 3 klapritmes aanleren 4) klappen in handen, enkelen klappen op trom 5) nr. 53: 3 keer na elkaar
• Dansen: kring, lkr doet bewegingen bij 4 delen, lln bewegen vanzelf mee
• Zingen: al vaak gehoord, nu zingen (eerst regel per regel), eventueel nog eens met nr. 52
Slot
• Bewegingsspel: dans met variaties: kind in midden, andere klapvormen, bespreken elke dans naar op tijd zijn
• Verdieping: 1) bedenk een dans in groepjes 2) muziek maken met bij genoteerde muziekinstrumenten (trom, stokjes, schellenraam) 3) bewegingen met handen zoeken op laatste maat ‘ah-ah-ah’ van het lied
Materiaal: mp3 mp3 mp3 mp3 pdf
Trommen
Verdieping: linten- slingers - lappen - verkleedkleren - claves - schellenraam

17. Reus
Genoegen beleven aan het muzisch bezig zijn en bewegingen afstemmen op de muziek.
Inleiding
• De lkr legt de 3 verschillende bewegingen uit en koppelt deze aan een bepaald woord in de tekst.
• Per 2, elk afzonderlijk kies je een rol, op een teken beeld je het personage uit. Als je het zelfde personage hebt zeg je ‘goedendag’ tegen elkaar.
• Twee rijen tegenover elkaar, ze spreken af welke rol ze nemen. Ze beelden het samen uit op het teken van lkr. Indien hetzelfde zeg je ‘goedendag’ tegen persoon voor je. Wanneer niet hetzelfde loopt het ‘sterke’ personage achter de ‘zwakke’ en probeert deze te tikken.
Midden
• Al wandelend de verschillende personages uitbeelden.
• Lkr vertelt een verhaal, de lln beelden uit.
• Speel per 4 het verhaal na, lettend op de bewegingen.
Slot
• Leergesprek over een gemaakte tekening van een reus.
• Ze tekenen zelf een reus en bespreken achteraf klassikaal.
Materiaal: mp3 mp3 pdf
Houtskool - slaginstrumenten

18. Is dat echt?
De klankmogelijkheden van voorwerpen onderzoeken en de gelijkenissen en verschillen verwoorden.
Inleiding
• Lkr tikt zachtjes met potlood tegen achterkant van het bord. Laat de lln raden wat ze deed. Idem met balpen. Lkr: “Hoe zou je dit geluid kunnen tekenen, op een snelle manier?” Dit noemen we een symbool, een teken voor dit geluid.
Midden
• Na de opwarming worden de lln in 3 groepen verdeeld.
• Groep 1: De lln luisteren naar korte muziekstukjes. Zij moeten het juiste prentje in het juiste vakje kleven en eronder schrijven welk muziekinstrument het is. Daarna moeten ze ook een kruisje zetten bij wat ze van deze muziek vinden. Na het signaal van de triangel beginnen de lln in hun groepjes te werken. Na ongeveer een kwartier wordt er doorgeschoven.
• Groep 2: 3 lln komen achter het bord staan. Zij nemen elk 1 voorwerp uit de doos. De andere lln moeten het juiste voorwerp raden en de juiste volgorde. Daarna moeten ze dit in vakjes zetten, de rollen wisselen dan om.
• Groep 3: iedereen moet om de beurt geluid proberen maken met 1 of 2 dingen die daar liggen.
Slot
• De lln vertellen over hun ontdekkingen.
Materiaal: doc doc pdf
Triangel - een gesloten potje met knikkers - 2 houten blokjes - rammelaar - (schoen)doos - A4 blad met 6 lege kadertjes
Dozen van verschillende grootte en materiaal, elastieken, kladpapier

19. Het paaskonijn
Klankeigenschappen kort/lang en hard/zacht herkennen, benoemen en noteren. Beschilderen van de paaseieren op muziek. Muziek spelen op allerlei instrumenten. Beschilderde eieren verklanken in verschillende spelvormen.
Inleiding
• Voorlezen verhaal
• Gesprek: 1) Waarover ging het? Jij bent paashaas: hoe zou jij versieren? 2) Enkele eieren aan bord: lln tekenen erin en bespreken verschillen naar kleur en vorm 3) Stippen (dik, dun) in ei: hoe spelen met instrumenten/hoe met handen op tafel klappen?
Midden
• Luisteren en noteren: 1) Elk kind KB en kleurtjes 2) kleuren in eieren wat past bij 4 verschillende muziekjes op 4 verschillende instrumenten (geen letters of woorden)
• Bespreken: Hoe klonk muziek? Altijd zelfde? Hoe verschil zien tussen hard/zacht en kort/lang in je tekening? Eieren van juf bespreken: welke tekens komen overeen?
• Spelen: enkele KB’en van lln aan bord, die lln spelen bij 1 ei op instrument, ‘Juist gespeeld zoals getekend?’, ‘Goed verschillen gehoord?’,
• Iedereen spelen: doorheen de week of in groepjes voor elkaar en telkens instrumenten doorschuiven
Slot
• Voetenverf/vingerverf: bij nr. 41 met voeten of vingers bewegingen verven (stippen, strepen, zigzaggen, kronkels, combinaties)
• Verdieping: 1) in groep eigen eieren ontwerpen en spelen 2) klassikaal muziekstuk maken met verschillende eieren
Materiaal: mp3 pdf pdf
Voetenverf - trom, woodblock (of houten blok), bekken (of 2 deksels), triangel

20. In mijn straat
Eenvoudig ritme instrumentaal uitvoeren Elementen van ritmische klimaat bij liedjes herkennen en realiseren
Inleiding
• Ontspanningsoefeningen voor de stem: laag brommen, zoemen, klinkers aanhouden (toonhoogte bepalen). Eindigen met zingen van gekende liedjes.
• Klasgesprek: wat hoor je allemaal in je straat? Lln doen geluiden na. Laat ze ook geluiden maken met lichaamsinstrumenten. (deze geluiden moeten wel terug te vinden zijn in de straat) laat de lln het lied eens meetikken met ritmestokjes.
Midden
• Laat het liedje horen (zelf zingen of cd)
• Lln voeren luisteropdrachten uit.
• Lln zingen lied gedeeltelijk mee. Moeilijke stukken blijven voor lkr.
• Zingen met wisselzang lkr-lln-lkr-lln,…
• Twee groepen: 1 zingen, 2 tikken mee. Wissel de groepjes eens af.
Slot
• Zing het lied nog eens allen samen. Laat meetikken en zang afwisselen.
Materiaal: mp3 mp3 pdf
Ritmestokjes

21. Stil en luid
Zich aan eenvoudige afspraken houden, aanpassen aan de eisen van het muzikaal samenspel (stil en luid). Klankpartituur uitvoeren.
Inleiding
• Lln maken het heel stil en we luisteren: wat horen we? Buren,…
• We sluiten de ogen. Lkr doet iets, vb. op bord schrijven,… .
• Laat enkele geluiden horen. Klinken ze stil/luid?
Midden
• Lkr tekent op bord een volumeknop. De lln mogen zingen/praten. Als jij aan de volumeknop draait moeten ze stiller/luider gaan zingen.
• Laat de lln dit per twee doen. Doe het daarna nog eens klassikaal.
• Dirigent: de lln hebben een muziekinstrument (kan ook gewoon met zingen). Lkr heeft kaartjes. Wanneer kaartje hoog is: luid spelen. Wanneer het kaartje laag is: zacht spelen. Er kunnen ook nuances zijn. Van laag naar hoog. De lln zullen steeds harder moeten spelen.
Slot
• Lln in groepen verdelen met elk een dirigent. Elke groep speelt wat zijn dirigent doet.
Materiaal: mp3 mp3 mp3 mp3 mp3 mp3 mp3 mp3 doc doc pdf pdf
Enkele gekleurde doeken ( of touwen, linten, kledingstukken)
Kleine grijze, blauwe en bruine kaartjes

22. Onweer
Praten over onweer. Een onweersspel spelen: grafische notatie spelen. Luisteren naar muziek met onweer.
Inleiding
• Gesprek: Fragment ‘Onweer’. Lkr vertelt hoe onweer begint. Waaraan merk je dat onweer bijna over is. Wie is bang? Waarom? Wat kan er gebeuren? Wat zie je, voel je, ruik je?
Midden
• 6 tekeningen in willekeurige volgorde en setjes voor de lln: verklanken met stem, instrumenten of ander materiaal.
• Mogelijkheden om te verklanken: 1) Lkr speelt 1 of enkele tekeningen, lln raden welke er gespeeld zijn. 2) Lkr begint ergens te spelen. Lln raden waar. 3) Kaartjes in de volgorde leggen waarin lkr ze speelt. 4) Elk groepje kiest een tekening en laat het geluid horen. Andere lln raden welke tekening verklankt werd.
• Laat horen: ‘Onweer’. Welke tekeningen horen de lln?
• Laat horen: ‘Temporale’. Welke tekeningen hoor je in deze muziek? (Moeilijker: luister en teken het verloop van het onweer).
Materiaal: mp3 mp3 pdf


23. Waar ik werk en wat ik doe
Kenmerken van de geluidsomgeving onderscheiden en bewust ervaren. Functie en betekenis van een geluidsomgeving herkennen en beschrijven.
Inleiding
• Een ll zet een koptelefoon op waar verschillende geluiden bij worden afgespeeld. Dat geluid geeft telkens een handeling weer. (zwemmen, autorijden, gitaarspelen, stofzuigen). Die ll beeldt de handeling uit en de rest van de klas moet raden welke handeling hij uitbeeldt.
Midden
• Er wordt klassikaal 12 geluiden opgezet. Deze geluiden horen thuis in 4 verschillende werkmiddens. De lln moeten deze 4 werkmiddens(kantoor, timmerzaak, bouwwerk, station) raden.
• Daarna moeten de lln de geluiden in de juiste rubriek plaatsen.
Slot
• De klas wordt in 4 groepen gedeeld. Ze maken een toneel waar de verschillende geluiden in voorkomen en kunnen worden waargenomen.

Materiaal: mp3 mp3 pdf
Hoofdtelefoon - Mp3-speler/walkman

24. Vliegers
Een lied uitvoeren met aandacht voor een goede stemexpressie. De klankeigenschappen en muzikale tegenstellingen ervaren en benoemen. Klankverschillen en muzikale tegenstellingen via beweging herkennen en ervaren (Hoog en laag).
Inleiding
• Vertel over een nieuwe vlieger die je nog niet goed kan gebruiken.
• Teken een vlieger op bord met een lange staart. De staart gaat altijd hoger en hoger maak hierbij een geluid vvvv… Laat de lln meedoen. Teken een 2e en 3e vlieger deze vliegen hoger. Vvvv doe je dus ook hoger. Teken een vierde vlieger. Deze stort naar beneden vvvvvv lager.
Midden
• Lied voorzingen, eventueel met cd. Toon op bord mee met de muziek.
• Leer de lln het liedje stap per stap aan. Sta extra stil bij de iets snelle tekst. De melodie stijgt en daalt zoals de staart van onze vlieger.
Slot
• We zingen allen samen het lied.
• Lln doen met hun handje het stijgen van de vlieger mee in de lucht terwijl ze meezoevvvven.
Materiaal: mp3 mp3 doc doc doc pdf pdf
Gekleurd papier - grote bladen papier (lichte kleur, A2)

25. De eerste film
Functie en het belang van filmgeluiden en filmmuziek omschrijven. Een geluidsdecor maken.
Inleiding
• Gesprek: Welke film laatst gezien? Zouden jullie nu nog graag naar een film zonder geluid kijken? Of een zwart-witfilm? Waarom wel/niet? Ook de tijdslijn wordt overlopen.
Midden
• Stap 1: films van vroeger. De lln bekijken eerste film en bespreking.
• Stap 2: geluidsdecor maken. De lln worden verdeeld in 5 groepen. Elke groep krijgt 1 zwart-wit film. Dan verzinnen ze daarbij een kortverhaal, maken hierbij een tekstplaat, zoeken hierbij geluiden. Ten slotte stellen zij dit voor aan de rest van de klas. Zij moeten raden bij welk filmpje het hoort.
• Stap 3: kleurenfilm. Lkr vertelt dat vroeger films moesten ingekleurd worden. Lln mogen dit ook doen.
• Stap 4: film en geluid. Laat de lln luisteren naar verschillende soorten muziek en laat hen vertellen wat anders is, welke het best past.
Slot
• Nabespreking.
Materiaal: mp3 mp3 mp3 mp3 pdf film film film film film film
Allerlei vindmaterialen en instrumentjes die een klank produceren

26. Klinkende ringtones
Improviseren en musiceren met vindmaterialen vanuit een muzikaal gegeven.
Inleiding
• Luister naar ringtone. Wat kan het zijn?
Luisteropdracht: neem op na 1 tone; 4,… kunnen jullie een ringtone nadoen? Welke geluiden hoor je allemaal? Zijn ze snel, traag?
Midden
• Lln hebben instrumenten en zitten in groepjes van drie. Laat ze mogelijke geluiden uittesten. - Geef de insteek dat na elkaar spelen misschien beter kan klinken. Rustpauzes en ritmes invoeren.
• Opdracht: maak met de geluiden die je gevonden hebt een mooie ringtone. Let erop een ringtone hoor je meerdere keren na elkaar. Zie dat je hem minstens twee keer na elkaar kan spelen.
• Luistermoment: enkelen komen aan de beurt. Bespreek kort: was het twee keer hetzelfde? Niet te streng zijn. Geef de klas nog enkele oefenminuten
Slot
• Laat alle groepjes aan de beurt komen door slingerslang. De groep die net zijn ringtone heeft laten horen duidt een andere groep aan die nu aan de beurt mag. Iedereen geniet zo van de ringtone die hij/zij maakten.
Materiaal: mp3 pdf
Kloppertjes of wat daarvoor kan dienen. ( lepels, ritmestokjes)

Extra lessen die ook leuk en interessant zijn:
Dierenkoor (Muzignaal 1, thema 18, p.128-130): experimenteren met klanken, klankspel maken, partituur maken en gebruiken
Slak en haas (Moet je doen, 1ste lj, les 3): langzaam/snel
Keukenkastmuis (Moet je doen, 1ste lj, les 5): eenvoudig grafisch genoteerde geluiden verklanken
Op bezoek in verre landen (Muzignaal 1, thema 6, p. 106-109): muziek uit andere landen en culturen
Zoem, zoem, zoem (Moet je doen, 1ste lj, les 15): toonhoogteverschillen kunnen grafisch genoteerd worden

Maak zeker ook eens zelf muziekinstrumenten met je leerlingen.
- http://members.home.nl/knutsel3/muziek.html
- http://www.kinderpleinen.nl/showPlein.php?plnId=1708