Drama

1 Les: Ra Ra, wat doen wij in de klas? (25minuten)
De leerlingen kunnen spelvormen in een sociale en maatschappelijke context hanteren.
De leerlingen kunnen vanuit hun belevingswereld eenvoudige spelgegevens hanteren en via dramatisch spel de eigen belevingen exploreren.
• Opwarming ruimtegewenning: opdrachten rond ruimtegewenning, lichaam en fantasie, samenwerken en concentratie.
• Opwarming lichaam/fantasie: de lln. voeren opdrachten uit waarmee dingen ofwel heel zwaar wegen ofwel heel licht.
• Opwarming samenwerken/concentratie: de lln. voeren een aantal opdrachten uit als de lkr. een bepaald teken geeft.
• Leskern: eerst vertellen de lln. wat ze allemaal op school doen, vervolgens beelden ze dit uit. Dit doen de lln. ook voor rarara wat doen wij? De beelden iets uit en de andere lln. proberen dit te raden.
• Leskern 2: de lln. tonen per duo iets dat ze leuk vinden om te doen in de klas of op school. De andere lln. raden wat dit is.
• Slot doen alsof: de lln. voeren enkele opdrachten uit waarin ze doen alsof ze iets doen.
Materiaal: pdf
Boekentassen, brooddozen, schrijfgerief, turnzakje, een bel


2 Les: Waar denk je aan? (2x15 minuten)
De leerlingen kunnen associëren op een gegeven woord of begrip.
• Naar aanleiding van eenvoudige woorden en begrippen noemen de leerlingen hun eerste gedachteassociatie.
• Ga met leerlingen in een kring zitten.
• Zeg een woord.
• Laat kinderen zeggen waar ze allemaal aan denken bij dat woord. (Geen foute antwoorden mogelijk!)
• Moeilijkheidsgraad verhogen door kinderen associaties te laten maken bij het woord dat hun buur zei, niet meer bij het startwoord.
• Moet herhaald worden zo kunnen kinderen zonder moeite gaan associëren.
Materiaal: doc pdf

3 Stoelentableau (30 minuten)
De lln. kunnen in tableaus gebruik maken van houding en mimiek om een stemming uit te beelden.
• Inleiding: enkele stemmingen voordoen en de lln. proberen deze te benoemen.
• Leskern 1: leerlingen drukt stemming uit en de andere lln. doen dit na.
• Leskern 2: stoelen bij elkaar zetten, lln. spelen een situatie met aan auto. Als er in de handen wordt geklapt gaan ze in een tableau staan.
• Leskern 3: lln. bedenken kiezen zelf een situatie en maken hier een tableau van in groepjes.
• Slot: 1 leerling van elk groepje toont dan in het tableau zitten dat er eerder is gespeeld.
Materiaal: pdf
Stoelen

4 Een levende prent (50 minuten)
De leerlingen kunnen zich inleven in ding, personage… uit de werkelijkheid, verteld of voorgelezen verhaal en dat al spelend vorm geven.
• Inleiding: de lln. moeten eerst de stilstaande beweging van iemand anders overnemen.
• Leskern 1: de klasfoto in een tableau vivant omzetten.
• Leskern 2: de lkr. leest een stukje uit het verhaal voor en de lln. gaan op die bepaalde manier voor elkaar zo staan.
• Leskern 3: lkr. leest een ander stukje uit het verhaal voor en de lln. zetten dit fragment in een tableau vivant neer. De lln. mogen eventueel zelf het verhaal verder spelen.
• Leskern 4: De prenten uit het verhaal wordt vergeleken met wat de lln. neergezet hadden.
• Slot: de lln. kiezen een prent en maken hier een tableau vivant van.
Materiaal: doc pdf pdf
Klasfoto - Stoel voor elke leerling - Duidelijke foto’s - verkleedspullen
Boek: Slaap lekker Rosalie van Minne B.

5 Les: Onweer (25 minuten)
De leerlingen kunnen vanuit een welomschreven rol inspelen op eenvoudige dramatische situaties en daar met creatief en expressief stemgebruik op reageren.
• Opwarming stem: er worden allerlei oefeningen uitgevoerd om de stem op te warmen.
• Opwarming lichaam: er worden allerlei oefeningen uitgevoerd om het lichaam op te warmen.
• Leskern 1: je legt het verband tussen het vuurwerk uit de oefeningen uit en de echte oefeneningen. Je verdeelt de klas in 2 groepen: blij en bang.
• Leskern 2: de lln. zijn verdeelt in duo’s, de lln. uiten hoe ze zich voelen t.o.v. bliksem en donder.
• Nabespreken: genieten: de duo’s tonen hun realisatie aan de klas. Dit wordt dan besproken.
Materiaal: pdf
Kaartjes met rode stip en kaartjes met blauwe stip
Slaginstrumentje

6 Les : Spiegelen (30 minuten)
De leerlingen kunnen de bewegingen van anderen precies gelijk nadoen (spiegelen). Ze kunnen hierbij hun aandacht gericht houden op zichzelf en op hun medespeler.
• Voorbereiding: zet de kinderen in een hoefijzervorm en plaats een grote spiegel zodat alle kinderen daar in kunnen kijken.
• Als inleiding maakt eerst de leerkracht en daarna een kind bewegingen voor de spiegel.
• Nu wordt de spiegel vervangen door een leerling. De leerling doet precies na wat de juf doet => ook de grimassen.
• Nu verdeel je de leerlingen in paren en spelen ze om de beurt voor spiegel. (Je kan hierbij gerust een rustig muziekje plaatsen.)
Grote draagbare spiegel.
Materiaal: pdf
Rustige muziek: mp3 mp3 mp3 mp3 mp3

7 Les: Hallo, hallo (50 minuten)
De leerlingen kunnen genieten van, praten over en kritisch staan tegenover hun eigen spel en dat van anderen, de keuze van spelvormen, onderwerpen, de beleving
De leerlingen kunnen in hun eigen bewoordingen een algemene indruk weergeven van een vertolking, die waarderen en evalueren naar gevoelens.
• Opwarming ruimte: de lln. voeren allerlei oefeningen uit om goed met de beschikbare ruimte om te gaan.
• Opwarming reageren: de lln. sturen een smsje naar elkaar om hun reactievaardigheid te oefenen.
• Opwarming fantasie: de lln. werken in gedachten met de gsm en antwoorden hiermee op een situatie.
• Leskern 1: de lln. spelen zender en ontvanger met hun zelfgemaakte gsm.
• Leskern 2: de situatie waarover verteld wordt via de gsm wordt uitgebreid. Dit wordt hierna besproken.
• Leskern 3: de lln. bereiden volgent telefoongesprek voor: een nieuw vriendje. De lln. tonen achteraf aan elkaar wat het geworden is.
• Nabespreken: achteraf wordt er besproken hoe het gegaan is, … .
Materiaal: pdf
GSM’s
Een krijtje
Enkele hoepels
Een boekentas gevuld met een aantal schoolspullen.

8 Les: Cadeautjes (25 minuten)
De kinderen kunnen spelvormen waarnemen en inzien dat de juiste verhouding tussen beweging en woord de expressie kan vergroten.
De leerlingen kunnen improviseren en durven inspelen en reageren op elkaars spelaanbod.
• Bij feesten horen cadeautjes in allerlei vormen en maten. De leerlingen spelen het geven en krijgen van allerlei cadeautjes na.
• Opwarming: kinderen staan in een kring in het midden ligt het cadeautje.
• De lkr gaat er als eerst naar toe en kijkt heel verbaasd, nadien is het aan de lln om te gaan kijken. (Mogen niet verraden wat er inzit, er zit trouwens niets in)
• De leerlingen doen allerlei oefeningen rond het geven en krijgen van cadeautjes, dit zowel non-verbaal als verbaal. vb: cadeau doorgeven: bakstenen =>heel zwaar, rotte appelen=> stinkt, doos ver van je weghouden,….
• Je kan kinderen ook hun cadeau laten beschrijven met gepaste mimiek en expressie. Nadien mag een lln een cadeau kiezen en zeggen waarom hij dit heeft gekozen.
Materiaal: pdf mp3 mp3 mp3 mp3
Een lege doos in geschenkverpakking

9 Marionetten (50 minuten)
De leerlingen kunnen de wezenlijke aspecten van dramatisch spel ervaren.
De leerlingen kunnen verbale en non-verbale spelvormen toepassen of improviseren.
• Inleiding het gedicht trekpopje expressief voorlezen.
• Leskern 1: trekpopje bespreken.
• Leskern 2: als slappe poppen proberen te functioneren.
• Leskern 3: trekpopje spelen. 1 iemand speelt de pop, de andere bedient de pop.
• Slot: het lied marionetten wordt aangeleerd en de lln. bewegen hierop.
Materiaal: pdf
Gedicht trekpopje
Trekpop
Trommel
Stroken van lakens
Lied marionetten
Blokfluit

10 Oinkepoinketoinke ( 25 minuten)
De leerlingen kunnen met een creatief stem- en taalgebruik expressief reageren en belevenissen uitbeelden.
• Inleiding: woordassociaties maken.
• Leskern 1: de lkr. leest het verhaal oink expressief voor.
• Leskern 2: Verhaal bespreken. De lkr. zegt zin en lln. zetten dit om in jabbertalk.
• Leskern 3: situaties omzetten in jabbertalk.
• Slot: eindoefening met jabbertalk. Telkens zegt een lln. een zin tegen een andere en die lln. zet het om in jabbertalk.
Materiaal: pdf
Prentenboek oink van De Kockere G.

11 Les: een klein theater (25 minuten)
De kinderen kunnen spelvormen in een sociale en maatschappelijke context hanteren.
De kinderen kunnen eigen ervaringen opdiepen om inhoud en vorm te geven aan een spelscenario
• Duo’s werken samen aan een zelfverzonnen spel. Speelgoedfiguren zijn hierbij een hulpmiddel.
• Instap: De leerlingen mogen in het theater spelen met hun figuurtjes.
• Leskern 1: Er wordt gespeeld rond ‘wie is wie?’ de mensen in de zaal weten niet wie er meedoet en daar moet iets aan gedaan worden.
• Leskern 2 exploreren: er gaat iets gebeuren op het podium en het decor gaat meespelen.
• Leskern 3 experimenteren en vormgeven: De groepen werken aan een eigen scenario en geven deze vorm.
• Genieten en nabespreken: de lln. tonen hun spel aan de klas. Daarna wordt er besproken en vergeleken.
Materiaal: pdf
Speelgoedfiguren – Speelgoedtheater

12 Les: de koningin huilt (2 x 30 minuten)
De leerlingen kunnen vanuit een verhaal korte fragmenten dramatisch benaderen, houden hun aandacht op het spel en kunnen hun betrokkenheid lang genoeg volhouden.
Les A:
• De lkr. leest het verhaal “De koningin huilt” voor.
• De inhoud van het verhaal wordt vervolgens besproken via allerlei vragen.
• De verschillende emoties van de personages ga je dan samen met de lln. non-verbaal uitbeelden.
• Het verhaal wordt opnieuw verteld en de lln. beelden samen met jou uit wat er gebeurt.
Les B:
• Je frist het verhaal opnieuw op via een gesprekje.
• Opwarming lichaam: je geeft eenvoudige opdrachten voor het op-en ontspannen van het lichaam.
• Opwarming fantasie: je geeft allerlei opdrachten die ze moeten uitvoeren.
• Mise-en scène: er worden duidelijke afspraken gemaakt en het veld wordt afgebakend.
• Rolverdeling: de rollen worden verdeeld.
• Het verhaal spelen: de lkr. vertelt het verhaal en de lln. spelen hun personages.
• Nabespreken: beschouwen: er wordt teruggekeken op proces en product.
Materiaal: pdf
Enkele attributen om de personages te typeren: kroon, clownsneus, fluitje, tamboerijn,….