Tussendoortjes

1 Opsporing gevraagd
De kinderen kunnen door aandachtig te luisteren de klank koppelen aan het juiste instrument. De kinderen kunnen de muziekinstrumenten aanduiden en benoemen.
• Kinderen zitten in een kring.
• Iedere leerling heeft een instrument.
• 1 kind wordt geblinddoekt -> midden van de kring.
• Een leerling uit de kring wordt in stilte aangeduid en maakt geluid met zijn instrument.
• De leerling die geblinddoekt is benoemt het instrument.
Variant: Je kan de leerlingen in de kring ook allemaal laten muziek maken. De leerkracht benoemt dan het instrument en de geblinddoekte leerling moet deze proberen zoeken uit de verschilende geluiden.
Materiaal: png
Verschillende soorten instrumenten.
Voor elk kind een instrument voorzien.
Voorwaarde: de gebruikte instrumenten moeten door de kinderen gekend of te herkennen zijn.

2 Geluiden onthouden (+/- 10 min.)
De leerlingen kunnen geluiden herkennen uit de klas.
• Er wordt een groepsleider aangeduid onder de kinderen of de leerkracht is de groepsleider.
• De rest van de kinderen gaat neerliggen op de grond met de ogen gesloten.
• Groepsleider maakt geluiden in de klas: Bv.: 3x tikken op de tafel, rammelen aan gordijnen, potlood slijpen.
Differentiatie: het rijtje met gekozen geluiden kan steeds langer worden, zodat de leerlingen steeds meer moeten onthouden.
• De kinderen die met hun ogen toe geluisterd hebben schrijven nu op een blaadje welke geluiden ze gehoord hebben;
Differentiatie: eerst zomaar willekuerig, nadien in juiste volgorde (geheugentraining).
Materiaal: png
Pen en papier voor iedereen

3 Stop! (+/- 10 min.)
De leerlingen kunnen bewegen op het ritme van de muziek en een eindpose aanhouden.
• De leerlingen staan vrij in de klas.
• Er wordt muziek opgezet.
• De leerlingen bewegen op het ritme van de muziek.
• Wanneer de muziek wordt stopgezet bevriezen de leerlingen in de laatste positie die ze ingenomen hebben.
• De leerkracht kijkt of de leerlingen de positie voor 20 sec kan aanhouden.
• Daarna wordt de muziek weer opgezet.
Differentiatie: eventueel een ander ritme of muziekstijl.
Materiaal: png mp3 mp3 mp3

4 Zoek je eigen liedje (5 à 10 min.)
De leerlingen kunnen een aangeleerd liedje zelfstandig zingen. Ze kunnen luisteren naar de liedjes die de andere leerlingen zingen.
• Voorbereiding:
- Kinderen 4 algemeen bekende liedjes aanleren.
- Aantal briefjes met een van die bekende liedjes op, zodat de klasgroep opsplitst in deelgroepen.
• De leerlingen staan vrij verspreid in de klas.
• Iedere leerling krijgt een briefje met een liedje op.
• De leerkracht fluit een fluitsignaal.
• De leerlingen beginnen hun liedje te zingen- en lopen door de klas.
• Wanneer ze een leerling tegen komen die hetzelfde liedje zingen dan vormen ze een groep.
Materiaal: png
Briefjes - Fluitje

5 Liedje op dierengeluiden (+/- 5min.)
De leerlingen kunnen een ritme zingen maar niet in noten maar met hetzelfde geluid bv.: kwak. De leerlingen kunnen inpikken in het lied wanneer we met alle groepen samen zingen.
• Voorbereiding:
- Kinderen 1-3 eenvoudige algemeen bekende liedjes aanleren.
• Kinderen nemen het aangeleerde liedje.
Differentiatie: Kinderen kiezen zelf een liedje uit deze 3.
• Verdeel de klasgroep in 3 of 4 groepen.
• Iedere groep kiest zelfstandig een dierengeluid.
• De leerlingen zingen met enkel hun geluid (bv.: kwak) het juiste ritme van het liedje zingen.
• Oefenen.
• Dan zingen de verschillende groepen met het verschillende geluid elk een regel van hetzelfde lied.
Differentiatie: willekeurig aanduiden van groepen, zodat iedereen steeds moet klaar zitten.
Materiaal: png

6 Blind dansen (kort)
De leerlingen kunnen bewegen op een ritme. Ook met de ogen toe. De leerlingen leren elkaar blindelings te vertrouwen
• De klasgroep wordt verdeeld in duo’s.
• Van het duo sluit een leerling de ogen.
• Ze nemen elkaar bij de hand en gaan dansend door deklasruimte op het ritme van het liedje.
• Nadien wisselen we van kant. De vertrouwer wordt de vertrouwenspersoon en omgekeerd.
• Nadien wisselen we van partner.
• Eventueel ook wisselen van muziek.
Materiaal: png mp3 mp3 mp3

7 Muzikale versterking (10 à 15min.)
De leerlingen kunnen geluidsaspecten toepassen, zoals van luid naar stil, laag naar hoog, snel naar traag.
• De kinderen gaan in een kring zitten.
• Iedere leerling verzint een geluid.
• Daarna doet een leerling zijn geluid zachtjes.
• Een andere leerling pikt in met zijn geluid en doet het iets luider.
• Zo steeds een beetje sterker.
• De groepsleider begeleidt de sterkte en houdt toezicht dat het niet onmiddellijk maximum aanneemt.
Moeilijheidsgraad:
- Van laag naar hoog
- Traag naar snel
- Emoties: boos naar blij
Materiaal: png

8 Fantasie-instrument (10 min.)
De leerlingen kunnen passende bewegingen en geluiden maken bij een instrument.
De leerlingen kunnen geluiden, beweging en speelhouding koppelen aan een instrument en het instrument benoemen.
• De leerlingen gaan in een kring zitten en de grote zak wordt doorgegeven.
• De leerlingen nemen om beurt een denkbeeldig instrument uit de zak.
• De leerlingen bespelen om beurt hun eigen instrument door middel van gebaren en geluiden.
• De andere leerlingen raden welk instrument er bespeeld wordt.
Differentiatie: extra instumenten kennis meegeven door hen foto’s van instrument te tonen en hen een filmpje op you-tube tonen van hoe het instrument bespeeld wordt en hoe het klint.
Materiaal : png
Muziekjes: mp3 mp3 mp3 mp3 mp3 mp3 mp3 mp3
Prenten:jpg jpg jpg jpg jpg jpg jpg
Grote zak/ tas

9 Relaxatie oefening (10 min.)
De leerlingen kunnen zich ontspannen op de muziek.
De leerlingen kunnen het ritme van de regen tikken op de rug van een andere leerling.
• De leerlingen vormen duo’s.
• Er gaat 1 van de twee leerlingen op de vloer liggen.
• De andere leerling luistert naar de muziek en laat de regendruppels op de rug van de andere leerling vallen op het ritlme van de druppels.
• Er wordt afgewisseld.
Materiaal: mp3 doc
Plaats waar leerlingen rustig kunnen liggen

10 Verhaal van klank voorzien (10 min.)
De leerlingen kunnen passende geluiden toevoegen aan een verhaaltje.
• De leerlingen gaan in een kring zitten.
• De leerlingen luisteren naar het verhaaltje dat de juf leest.
• Juf onderbreekt het verhaal om de kinderen te laten nadenken over de geluiden die erbij passen.
• Nadien worden de kinderen in groepjes verdeeld en krijgen een deel ven het verhaal en verzinnen hier de geluidjes bij.
• Op het eind leest de juf voor en doen de kinderen de geluidjes bij het verhaal.
Materiaal: pdf

11 De Ballon (4 minuten)
De leerlingen kunnen het ritme van de ballon volgen, ze kunnen het gevoel en de gedragingen uitvoeren die bij de ballon passen. (opblazen en afgaan)
• De leerlingen verspreiden zich in het klaslokaal.
• Ze mogen de hele ruimte benutten.
• Ze volgen de muziek en beelden uit wat de ballon allemaal doet.
Materiaal: mp3