MUZISCHE VORMGEVING GAAT OVER VORMGEVEN IN FUNCTIE VAN BETEKENISSEN

Omdat deze site wil aantonen op welke manier muzikale activiteiten moeten opgevat worden willen ze muzisch waardevol zijn, vertrekken we van een didactisch model van muzikale opvoeding. Dit model is in grote lijnen gebaseerd op de structuur de leerplandoelen van het VVKBaO. Deze zijn op hun beurt geïnspireerd door een aantal Nederlandse publicaties uit de jaren ’80, ’90 en ’00.
Als je de link KVB-model opent, zie je drie concentrische cirkels:
  • In de binnenste kring staan de drie kernbegrippen voor muzikale opvoeding: Klank – Vorm – Betekenis. Het spel tussen deze begrippen geeft dynamiek en zin aan alle muzikale activiteiten. Bovendien lenen de begrippen zich uitstekend tot een verbreding naar Muzische Vorming.
  • In de middelste kring staan de diverse vormen van muzikaal gedrag genoteerd: wat je allemaal met muziek kan doen (Maken, beluisteren, lezen en noteren, ontwerpen, praten over)
  • In de buitenste cirkel staan de attitudes die volgens het leerplan muziek van het VVKBaO bij het vak horen.

DE VERHOUDING TUSSEN KLANK-VORM-BETEKENIS
Een voorbeeld: Heks Karoetsie
Stel: je wil in de klas het lied ‘Heks Karoetsie’ - zie liedjeslijst - zingen en er allerlei leuke dingen mee doen. Dit lied en een aantal instrumenten is je startmateriaal. Het lied zelf heeft bepaalde klank- en teksteigenschappen: het gaat over een heks, toverspreuken, de melodie gaat op en af … Het kan niet voldoende zijn het liedje vlot aan te leren en daarmee uit. Je moet iets met dat lied doen, je kan het bvb zo griezelig en spannend mogelijk maken. Om dit te realiseren kan je de stokjes gebruiken, de wind en het ruisen van de bladeren nabootsen, lachen als een heks,…. Je moet dit lied dus samen met de kinderen vorm-geven. De vraag die je je moet stellen is: „Hoe ga ik met de kinderen dit lied (startmateriaal=KLANK) VORM-geven dat het zo griezelig (=BETEKENIS) mogelijk wordt?zie voorbeeld aan linkerkant van de slide.

Concreet wil dat bvb zeggen:
- Wat gaan we luid doen en wat stil?
- Welk instrument gaan we daarvoor gebruiken?
- Hoeveel keer gaan we dit doen?
- Hoe gaan we dit variëren?
- Gaan we herhalen of doen we iets contrasterend?
- Zullen we na deze zin even pauzeren om er wat geluidjes tussen te produceren?
- Hoe laten we horen dat de kippen boos zijn?
- Hoe kunnen we het liedje nog vrolijker maken ?
- …………

Bij ‘Muziek Maken’ gaat de vraag dus als volgt: Hoe gaan met het startmateriaal om, zodanig dat het die of die betekenis krijgt?


Nog een voorbeeld: The Song of the Emigrant
Beluister dit fragment en kijk ondertussen rechts op deze afbeelding
Lees nadien wat hieronder staat en beluister en bekijk nadien nog eens het fragment.

Klank: Wat je nu hoort is een blaasinstrument met een dubbelriet. Het mondstuk bestaat uit twee stukjes riet, die tegen elkaar gebonden zijn. Door erop te blazen breng je die rietjes aan het trillen. Dat geeft dat een scherp, eend-achtig geluid. Toch is de klank hier eerder zacht en afgedempt. Dat ligt aan de bouw van het instrument. De noten “vibreren”, d.w.z. trillen soms. Wat een mooie, klagende klank !

Vorm: Eén muzikant speelt de hele tijd door een lange noot. De andere speelt daarbij een melodie die mooi bij die noot past. De lange noot van de ene speler geeft betekenis aan de melodie van de andere. Het lijkt wel of de melodie op zoek gaat naar die ene noot. Op het einde spelen beide spelers inderdaad samen. Net alsof ze na lange tijd elkaar teruggevonden hebben.

Betekenis: Dit stukje muziek vonden we terug met een Engelse titel : “ The Song Of The Emigrant”. In onze taal : “Het lied van de emigrant”. Het is een klaagzang die vertelt over een boer uit Armenië. Omwille van de armoede moest hij zijn geliefde streek verlaten en elders zijn geluk zoeken. De droefheid en het verlangen hoor je zo. In het stuk kan je heel goed de leerling/meester-verhouding horen. De leerling speelt de lange noot: hij ondersteunt zijn meester en luistert aandachtig naar diens improvisatie. Op die manier leert de leerling bij.

Opnieuw beluisteren: In dit muziekstuk gaan klank, vorm en betekenis op een prachtige manier samen.

Bij ‘Muziek Beluisteren’ kan je het zo formuleren: Hoe zorgt die muziek ervoor dat ze die betekenis heeft? Belangrijk is niet wat muziek betekent, maar hoe muziek betekent.

Concreet wil dat bvb zeggen:
- Waarom kan precies deze muziek goed bij begrafenissen gespeeld worden en andere niet? (bvb omdat het traag gaat, met lange, brede noten, ook met blazers en lage strijkers, omdat het erg gelijkmatig is opgebouwd, zonder grote verschillen en contrasten, …)
- Hoe zorgt de muziek ervoor dat ik met vrolijk voel, dat ik spontaan ga meezingen, … ?
- Hoe komt het dat ik vind dat bruine kleuren bij deze muziek passen ? Hoe zorgt de muziek daarvoor?

De kernvraag die zich bij elke muzikale activiteit opnieuw stelt is: Wat is de verhouding tussen klank-vorm-betekenis?
Afhankelijk van de het muzikaal gedrag (maken, beluisteren, lezen en noteren….) dat de kinderen moeten stellen wordt deze vraag anders geformuleerd:

- Hoe noteer ik dat iets griezelig moet klinken? (noteren)
- Deze tekening, dit symbool, hoe kunnen we die verklanken? (lezen)
- Hoe kunnen we van dit droevig lied een vrolijk lied maken? (ontwerpen)
- Hoe maken we een Jazz-versie van “ploem de pluimstaart”? (ontwerpen)
- Hoe tonen we in onze bewegingen dat deze muziek heel plechtig is? (bewegen)
- Welk typetje kunnen we nadoen op die muziek,…. (bewegen)
- Wat is je lievelingsmuziek en waarom? (praten)

Besluit : Meteen zitten bij de kern van wat muzikale opvoeding en ook muzische vorming, zelfs van wat kunst is: Vormgeven in functie van betekenissen

Die vormgeving verloopt bij muziek aan de hand van klankeigenschappen. Je geeft het muzikaal materiaal vorm om een bepaalde betekenis te bekomen. Tijdens het CREËREN (muziek maken, lezen en noteren, ontwerpen) moet je vormgeven in functie van betekenissen. Bij het BESCHOUWEN (beluisteren, bewegen, praten) moet je de vormgeving gaan zoeken achter bepaalde betekenissen en andersom. Dat zoeken doe je door te dansen, te tekenen en er nadien over te praten.

MUZIKAAL GEDRAG EN ATTITUDEN
Wat is de relatie tussen de drie cirkels? Eenvoudig: door het stellen van een bepaald muzikaal gedrag ben je als leerling bezig met Klank-Vorm-Betekenis en bereik je bepaalde attituden. Bvb ik maak zingend en noterend het lied van de heks heel griezelig en daardoor werk ik aan mijn fantasie en creativiteit. Het is aan de leerkracht om daar bewust mee bezig te zijn en de kinderen ook zo aan te sturen.

DIT DIDACTISCH MODEL EN DE ANDERE MUZISCHE VAKKEN
Is dit model over te zetten naar de andere muzische deelgebieden? (open in een nieuw venster) - Kunnen we het aanpassen, zodat het ook voor bewegingsexpressie, beeld, drama,…. van toepassing kan zijn? We denken van wel. In de plaats van klankeigenschappen kunnen we spreken over beeldaspecten, taaleigenschappen en bewegingsfactoren. Eigenlijk de eigenschappen van het materiaal waarmee je werkt. Vormgeving in functie van betekenis blijft.
Voor beeld, bewegingsexpressie en drama kunnen we ook vormen van beeldend, dansend, talig gedrag bedenken: tekenend, installaties makend, … dansend, choreografieën of een mimespel makend, … een rollenspel uitvoerend, gedichten schrijvend… Al deze vormen van muzisch gedrag kan je terugbrengen naar beschouwen en creëren. Met welk muzisch deelgebied we aan de slag zijn, er is altijd één constante: vormgeving in functie van betekenis. Dat is wat we de kinderen leren en daarvan moeten we bewust zijn als we binnen de deelgebieden lesactiviteiten bedenken.

EEN ALGEMEEN MUZISCH DIDACTISCH MODEL
Open (in een nieuw venster) een algemeen muzisch didactisch model. We spreken nu niet meer van klank-vorm-betekenis maar wel van materiaal-vorm-betekenis. Met materiaal bedoelen we al het startmateriaal bij het begin van de activiteit. ook alle input tijdens de les.
Allerlei muzikaal gedrag wordt vervangen muzisch gedrag die we herleiden tot beschouwen en creëren.
De attituden van het leerplan muziek kunnen we vervangen door een algemene set van gewenste leereffecten die verder worden besproken.

Bekijk nog een paar voorbeelden van hoe het didactisch model werkt.

BEPERKINGEN EN VOORDELEN VAN DIT MODEL
Deze benadering van muzische vorming is aan de vage kant als het over werkvormen gaat. In feite levert het weinig ideeën. Het verschaft wel duidelijkheid over de kern van de zaak : de begrippen materiaal, vormgeving en betekenis worden in hun volle breedte beschreven. Er wordt duidelijk gemaakt dat geen van de drie apart kunnen voorkomen, dat ze altijd met elkaar in verbinding staan. Wat betreft de doelen, de zin van muzische vorming en de processen die zich afspelen is dit model dus wel relevant. Het levert de voorwaarden om aan muzische vorming te doen.