BIJ MUZISCHE VORMING GRIJPEN DE MEDIA OP ELKAAR IN

Eerst een oefening:
  • Neem een leeg blad A4-papier en verdeel het in 4 vakken.
  • Beluister in deze volgorde mp3 mp3 mp3 mp3
  • Met een potlood, pen of stift probeer je de muziek om te zetten in lijnen. Is de muziek stil en rustig dan maak je dunne en rustige lijnen. Is de muziek hevig dan zal dat ook aan de lijnen te zien zijn.
  • Beluister de fragmenten opnieuw. Deze keer moet je de tekeningen versieren. Je kan dat doen door stippen, lijnen en schaduwen aan je tekening toe te voegen. Gebruik kleuren die volgens jou bij de muziek passen. Nu heb je een tekening met allerlei grafische elementen en kleuren. Bvb zo: tekening
Deze oefening is de eerste fase in een les die op meerdere manieren verder kan:
  • De lln. vergelijken hun tekening met die van hun medeleerling(en). Wat is hetzelfde? Wat is anders?
  • We maken groepjes van 4 of 5 leerlingen:
  • De lln. moeten zich voorstellen dat de 4 muziekstukken uit één film komen. Wat zou er bij de muziek gebeuren? Ze schrijven dit neer per fragment. op een A3-blad.Zo bekomen ze een kort verhaaltje in vier delen. Dit verhaal wordt genoteerd in het bovenste paneel van het A3-blad. In het middendeel plakken ze elk hun eerste tekening. Het verhaal voorzien ze van geluiden en effecten, eventueel stukjes zang: ze noteren dit in het paneel ondereen. Zie voorbeeld.
  • Als iedereen klaar is worden de verhalen voorgelezen en de geluiden erbij gemaakt, eventueel met de startmuziek als achtergrond.

Deze oefening licht een andere belangrijke eigenschap van muzische vorming toe. De les is begonnen met 4 muziekstukken als starter. Deze muziekstukken mogen de kinderen omzetten in lijnen en kleuren. Ze bedenken er een verhaal bij en zoeken hier uiteindelijk passende klanken en geluiden. De oefening begint met muziekfragmenten (starter) en vraagt vertaalwerk naar beeld, taal en terug muziek: de gebruikte media staan niet los van elkaar maar grijpen op elkaar in. De kinderen moeten muziek omzetten (vertalen) naar een ander medium, daarna nog eens naar een ander, … Omwille van die vertaalopdracht moeten de leerlingen de spanning, de richting, het gevoel die binnenin die muzikale boodschap zit, omzetten in een andere taal. In dat vertaalwerk kunnen ze alleen maar bij zichzelf te rade gaan, vandaar de hoge persoonlijke betrokkenheid in deze oefening.

DE VIER MEDIA ALS SYMBOOLSYSTEMEN
Symboolsystemen beschrijven doen we met parameters. Media zijn verschillend van elkaar en hebben dus ook verschillende parameters nodig. Zo spreken we van muzikale bouwstenen, beeldende aspecten, factoren in ritmiek en betekenisniveaus in taal.

Muziek
De inhoudsstructuur van het medium muziek vastleggen kan op twee verschillende manieren. De eerste manier spreekt men over bouwstenen van muziek: melodie - ritme – klankkleur – vorm. Een meer moderne benadering is die aan de hand van klankparameters (duur, hoogte, kleur, sterkte) en opbouwelementen (klanken aaneenschakelen tot klankenreeksen, deze combineren tot muziekstukken).
Dus : melodie – ritme – klankkleur – vorm / klank - klankenreeks - muziekstuk

Taal
Net zoals bij muziek is de kleinste bouwsteen voor taal een klank. In tegenstelling met muziek leidt in taal de klank geen eigen autonoom bestaan. Pas als een aantal klanken samengevoegd worden tot een woord hebben ze betekenis. Een woord is op haar beurt een verwijzing naar de realiteit (een voorwerp, een gevoel, ...). Woorden functioneren in een zin. Zinnen functioneren in een boodschap.
Een toespraak, een gesprek, een roman zijn boodschappen waarin klanken, woorden en zinnen elk hun eigen betekenis hebben. Taalelementen hebben dus fonetische, semantische, syntactische en symbolische waarde.
Net zoals in muziek is taal in essentie een auditief medium en heeft het ook door de loop der eeuwen een notatiesysteem ontwikkeld. Toch is bijvoorbeeld een roman moeilijk vergelijkbaar met een muziekpartituur. Dat komt doordat de klank in taal verwijzende klank is, en de klank in muziek een betekenis op zich heeft. Taal kent hetzelfde verloop in de tijd als muziek (daarom bestaan er ook liedjes) maar wordt toch ook anders geregeld omdat woorden naar iets anders verwijzen dan zichzelf.
Dus : woorden - zinnen – boodschappen

Beeld

Een tekening, schilderij, foto, ... bestaat uit onderdelen. Soms lopen die helemaal door elkaar, soms zijn ze gemakkelijk te onderscheiden. Elk van die delen heeft zijn eigenschappen. De combinatie van al die eigenschappen, de spanning, het evenwicht en de verhouding ertussen maken een beeld tot wat het is. Deze eigenschappen noemen we beeldaspecten : licht - lijn - volume - kleur - textuur - vorm.
In tegenstelling tot een gedicht of een muziekstuk kent een tekening geen echt verloop in de tijd. Een CD zet je nu op en morgen is die zeker niet meer aan het spelen. Van een beeldhouwwerk kan je moeilijk zoiets zeggen. Toch hebben beelden een eigen tijdsdimensie : beschouwend ligt die bij de waarneming ervan. Bij het bekijken van een schilderij bekijk je vaak eerst het geheel en daarna schuiven je ogen van het ene stuk naar het andere. Je zoekt groepen van elementen, herkenningspunten, patronen die zich herhalen, je ziet wat groter is, helder of donker, grillig of strak, ..... Het creëren van een beeldend werk neemt ook tijd in beslag en daar ligt dan de factor tijd.
Dus : licht - lijn - volume - kleur - textuur - vorm

Beweging
Wat betreft de tijdsdimensie zijn muziek en beweging nagenoeg identiek. Bij beide valt de waarneming samen met het gebeuren zelf. In de gesproken taal is dat natuurlijk ook zo, maar de geschreven taal leidt haar eigen leven. Is muziek beweging in de klankruimte, dan is beweging beweging in de gewone driedimensionale ruimte zelf. Muziek en beweging hebben dus veel gemeen. Algemeen wordt gezegd dat beweging de meest natuurlijke en concrete expressiewijze is : iedereen leert het vanzelf. Je doet het ook met de kracht van je eigen lichaam en zonder omwegen.
Dus : Tijd – ruimte – kracht / beweging – reeks van bewegingen - choreografie

INPUT EN OUTPUT
Op de deze bladzijde zie je een overzicht van de mogelijkheden om van het ene domein naar het andere te gaan. In het centrale kader vind je algemene termen ter beschrijving van om het even welke uitdrukkingswijze. De vier andere kaders geven in- en uit-mogelijkheden aan voor de vier disciplines. Met IN bedoelen we : wat de kinderen als starter aangeboden wordt . Met UIT bedoelen we het medium en de werkvorm waarin ze zich moeten uiten.

Het volgend schema geeft aan hoe we met kinderen kunnen werken. We moeten proberen de spanning, evenwicht, verhouding, betekenis, richting, kracht, gevoel van de input van het ene medium om te zetten (vertalen, verbeelden, vertolken, verklanken) in de output van een ander medium.

Een voorbeeld : ik beluister een muziekfragment. Ik voel daarvan de spanning, het evenwicht, de verhouding en betekenis, de richting, de kracht en het gevoel aan en ik probeer deze spanning, ..... om te zetten in een collage, of een gedicht, of een spel met kleine popjes, ..... Op die manier kan je op de volgende bladzijde honderden zinvolle pijlen trekken. Steeds moeten ze langs het centrale kader passeren.

Voorbeelden van hoe het werkt
De geselecteerde ‘input’ kan je omzetten in een product of creatie in een ander domein (bvb een stukje muziek omzetten in een tekening) of in hetzelfde domein (een stuk muziek omzetten in een reeks van concrete geluiden). Aan dezelfde input zou je ook iets kunnen toevoegen (een dialoog ontwerpen die samen met een stuk muziek opgevoerd wordt). Je kan ook iets verder ontwikkelen met de input als sturend element (een dialoog verder zetten met steeds wisselende muziek op de achtergrond). Probeer het zelf maar uit. In feite was het oorspronkelijke opzet van de hele site om dit aspect te illustreren. Ondertussen zijn er nog aspecten bijgekomen. Onder inspiratie > thema’s zal je vele toepassingen vinden.

BEPERKINGEN EN VOORDELEN
Deze benadering belicht een ander essentieel aspect van muzische vorming. Het voordeel ervan is dat het vele werkvormen aanlevert en meer nadruk legt op de waarde van de communicatievaardigheden in de verschillende deelgebieden.
Een nadeel is dat het vormgeven niet erg centraal staat.